09/11/2018 – De beoogde functie, de plaats van de komgrens, de gewenste maximumsnelheid, de vormgeving van de aansluitingen… onderwerpen waarover vóór de openstelling van de Haersingel in Hellendoorn veel discussie werd gevoerd, in het dorp en in de lokale politiek. De tegenstellingen daarbij waren zo groot dat onder leiding van een extern procesbegeleider tot een keuze moest worden gekomen. Een jaar na openstelling is BVA Verkeersadviezen gevraagd het gebruik van de Haersingel te evalueren en een wegbeeld- en omgevingsanalyse uit te voeren.
Categorie archieven: Nieuws
02/08/2018 – Dat stelt de Onderzoeksraad voor Veiligheid in het rapport Overwegveiligheid – Een risicovolle kruising van belangen.
In de eerste zes maanden van 2018 waren er 7 dodelijke ongelukken. Ook het aantal botsingen op overwegen is met 23 in de eerste zes maanden van dit jaar nog te hoog. Spoorbeheerder ProRail blijft zich onverminderd inzetten om het aantal ongevallen verder naar beneden te krijgen. In samenwerking met 4Infra zijn wij één van de twee raamcontractanten die hiervoor het benodigde onderzoek uitvoeren: BVA Verkeersadviezen voor de verkeerskundige kwesties en 4Infra voor spoorse zaken.
Datum: 24/4/2018 –
Voor BVA Verkeersadviezen voer ik als student Mobiliteit een stageonderzoek uit naar de invloed van omgevingsaspecten op de beleving van gemotoriseerd verkeer in een woonstraat. Om dit onderzoek succesvol te kunnen uitvoeren heb ik uw hulp nodig! U kunt een bijdrage leveren door deel te nemen aan de online enquête in de onderstaande link. De online enquête neemt 10 tot 15 minuten van uw tijd in beslag.
Alvast hartelijk dank!
Bas Eilert

Datum: 19/3/2018 –
Op verzoek van Handelvereniging Ommen heeft BVA Verkeersadviezen de Ontwerp Parkeernormennota beoordeeld op uitvoerbaarheid en mogelijke verkeerskundige consequenties. Onderzocht is of de parkeernormen aansluiten bij het uitdragen van het gemeentelijke beleid en of de parkeersituatie ook bij toekomstige ontwikkelingen goed op orde kan blijven. Hierbij is belangrijk om te kijken naar de huidige kwaliteit van het parkeren, de hoogte van de voorgestelde normen en de wijze waarop eventueel een deel van de parkeervraag van nieuwe ontwikkelingen mag worden opgevangen in de openbare ruimte. Op basis van onze bevindingen zijn onder andere de volgende aanbevelingen gedaan:
- Het hoge autobezit, leeftijdsopbouw, type huishoudens, woon-werkafstanden, vergrijzing, regionale recreatieve en winkelfunctie, gastvrije parkeerbeleid, en de verwachte afname van de beschikbaarheid van het openbaar vervoer pleiten er voor om te kiezen voor de gemiddelde of maximale kentallen als parkeernorm.
- Omdat er nu reeds sprake is van een hoge parkeerdruk dan zal het toepassen van de minimale parkeernormen in Ommen op (korte) termijn risico’s opleveren ten aanzien van het realiseren van een leefbare en gastvrije verblijfsruimten. Denk aan ongewenst straatparkeren buiten de daarvoor bedoelde voorzieningen of verschuiving van de parkeeroverlast naar omliggende woongebieden.
- Om overlast in typische woonstraten te voorkomen lijkt een normering van maximaal 200 tot 300 meter meer op zijn plaats en ook beter te passen bij de schaalgrootte van Ommen. Dit geldt nog sterker voor de kleinere woonkernen rondom Ommen.
- Voor de functies ontspanning, gezondheidszorg en onderwijs hanteert het CROW een maximale loopafstanden van 100 meter. Bij het toepassen van de door de gemeente voorgestelde norm van 500 meter, voor deze functies is de kwaliteit van het parkeren voor gebruikers duidelijk in het geding.
- Het besluitvormingsproces in Fase 2 ‘invullen van de parkeereis’ kan transparanter worden vormgegeven, zodat onnodige onderzoekskosten voor initiatiefnemers kunnen worden voorkomen. Zuiver zou zijn, dat indien wordt vastgesteld dat voor de betreffende nieuwe ontwikkeling ook aanspraak moet worden gemaakt op de openbare ruimte, de gemeente vooraf aangeeft welke hoeveelheid extra toekomstige parkeerbehoefte zij voorzien voor andere toekomstige ontwikkelingen in het invloedsgebied (gebaseerd op de maximale loopafstanden) van de nieuwe ontwikkeling. Dat moet vervolgens samen met de bestaande parkeerdruk de basis zijn voor het aanvullende parkeeronderzoek.
Voor een prettig verblijfsklimaat en een aantrekkelijke binnenstad met een goed functionerend winkelaanbod dient het parkeren op orde te zijn. Er moet een goede balans zijn en blijven tussen de lokale parkeervraag en het aanbod aan parkeerplaatsen. De parkeervraag wordt bepaald door een groot aantal factoren waaronder: het lokale autobezit, de aantrekkelijkheid van de kern voor winkelen en recreëren, de samenstelling van de bevolking, het type (winkel)voorzieningen dat aanwezig is en de kwaliteit van de alternatieve vervoerswijzen zoals openbaar vervoer en fiets. De gemeente heeft de taak om de balans tussen de parkeervraag- en aanbod te bewaken en waar nodig bij te sturen. Ten aanzien van de inpassing van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen vormt de parkeernormennota hét instrument om ten aanzien van de parkeerkwaliteit zowel het besluitvormingsproces als de eisen die gesteld worden aan de hoeveelheid te realiseren parkeervoorzieningen voor nieuwe ontwikkelingen te reguleren.
Datum: 19/3/2018 –
De Zuiderzeestraatweg, de oude verbinding tussen Zwolle en Amersfoort, loopt als N308 door de kern Oldebroek en is in 1994 voor het laatst grondig onder handen genomen. De weg heeft naast een verbindende functie (Elburg – A28) en de verzamelende en ontsluitende functie voor de kern Oldebroek ook een ‘winkelfunctie’. Langs de Zuiderzeestraatweg bevindt zich de Oldebroekse detailhandel, waardoor er langs de route wordt geparkeerd en door langzaam verkeer wordt overgestoken. Deze menging van functies leidt op een aantal locaties tot (verkeersveiligheids)problemen. Vooral de verkeersveiligheid en de oversteekbaarheid van de Zuiderzeestraatweg voor langzaam verkeer zijn hierbij de problemen.
De gemeente Oldebroek heeft ons gevraagd de aangegeven knelpunten op deze route te beschouwen. Hierbij kijken wij niet alleen naar de afzonderlijke knelpunten, maar ontwikkelen wij een totaal visie op (het functioneren) van de Zuiderzeestraatweg. Deze visie mondt vervolgens uit in de meest gewenste verkeerskundige maatregelen op de gedefinieerde knelpunten. De maatregelen hebben tot doel om de leefbaarheid langs en oversteekbaarheid van de Zuiderzeestraatweg in Oldebroek te verbeteren. Bij de uitwerking van de maatregelen houden wij, naast de verkeerskundige eisen, uiteraard ook rekening met randvoorwaarden vanuit de ruimtelijke/stedenbouwkundige discipline en met de gewenste groenstructuren om de Zuiderzeestraatweg niet alleen verkeersveiliger te maken maar ook een ruimtelijke kwaliteitsslag te kunnen maken.

Datum: 16/1/2018 –
In de Bilt is een aantal jaren geleden een start gemaakt met de realisering van de spoortunnel in de Leijenseweg. Deze tunnel was noodzakelijk doordat het aantal overwegsluitingen per uur zorgde voor een te hoge weerstand op de Leijenseweg en een vlotte verkeersafwikkeling hiermee onder druk kwam te staan. Om ten tijde van de bouw van de tunnel verkeersoverlast binnen de wijk de Leijen te voorkomen is besloten een aantal (tijdelijke) verkeersmaatregelen te treffen. Een van deze maatregelen was het instellen van eenrichtingverkeer op de Jan Steenlaan. Nu de tunnel gereed is en de oorspronkelijke situatie min of meer weer hersteld is rijst de vraag of het eenrichtingverkeer op de Jan Steenlaan gehandhaafd moet blijven. Deze vraag is vooral relevant, omdat de wens bestaat de fietsveiligheid op de Jan Steenlaan, als belangrijke fietsroute van en naar scholen en sportvoorzieningen, te verbeteren. De gemeente De Bilt heeft hiervoor een omvangrijke werkgroep, bestaande uit belanghebbenden uit de wijk de Leijen, in het leven geroepen die moet komen tot een eensluidend en gedragen advies richting de gemeente.
De werkgroep moest een keuze maken uit diverse ontwerpprincipes, vrijliggende fietspaden, fietsstroken, fietsstraat, één of twee richtingverkeer et cetera. Eén en ander leidde tot een groot aantal varianten, allen met voor en tegenstanders, waardoor er niet kon worden gekomen tot overeenstemming.
De gemeente De Bilt Heeft BVA Verkeersadviezen vervolgens gevraagd de werkgroep te ondersteunen en te begeleiden in hun keuzes. Dit vooral vanwege de complexiteit van de problematiek. In plaats van te beginnen met de gewenste vormgeving van de Jan Steenlaan hebben wij de discussie naar een planniveau hoger getrokken. Welke functie zou de weg (afgezien van de rol voor het fietsverkeer) moeten vervullen? Het antwoord op deze vraag leidt tot de gewenste verkeersstructuur binnen de wijk en de bijbehorende functie van de Jan Steenlaan. Met deze keuze, die soms zeer ingrijpende gevolgen heeft, wordt impliciet een keuze gemaakt voor een bepaalde vormgeving en kan het ontwerpproces gestroomlijnd worden. Inzicht in de functiekeuze en de bijbehorende mogelijke vormgevingen hebben verhelderend gewerkt voor de werkgroep, waardoor forse stappen zijn gemaakt in het komen tot een eensluidend advies richting gemeente.

Datum: 15/1/2018 –
De gemeente Zutphen heeft BVA Verkeersadviezen opdracht gegeven voor een analyse van het parkeren in Zutphen. Aanleiding voor de studie vormt de binnenstadsvisie 2022, waarin toegewerkt wordt naar een binnenstad waarin wonen, werken en recreëren in goede harmonie samen gaan. Winkelen moet meer dan nu het geval is een beleving worden met meer oog voor ruimtelijke kwaliteit. Om die ruimtelijke kwaliteit een stap voorwaarts te brengen, staat de gemeente onder andere voor de vraag of het gewenst is om (een deel van) het parkeren meer te centraliseren. Moet het parkeren anders ingericht worden ten behoeve van meer ruimtelijke en ‘shopping’-kwaliteit? En zo ja, waar is dat dan wenselijk? Zijn de bewoners, bezoekers en werkenden ook te verleiden om op een andere locatie te parkeren? In welke mate worden zij geraakt door het eventueel opheffen of verplaatsen van parkeerplaatsen? En hoe zit het met de aanlooproutes naar de stad? Heeft het verplaatsen van het parkeren tot gevolg dat bepaalde winkelstraten drukker of juist rustiger worden in hoeveelheid winkelend publiek. Dit zijn allemaal vragen, die beantwoord kunnen gaan worden met de resultaten van het onderzoek.
Onderscheidend in onze aanpak is dat naast traditioneel parkeeronderzoek er ook aanvullende informatie wordt verzameld over de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de verschillende parkeervoorzieningen in relatie tot de voorzieningen in de directe omgeving. Om te begrijpen waarom men in een bepaalde straat wel of niet parkeert, zullen we naast de harde parkeercijfers (bezetting over de dag, parkeerduur, motief) ook iets moeten weten over de omgeving waar de parkeervoorziening zich bevindt, hierbij kan gedacht worden aan:
- Wat is de loopafstand naar de dichtstbijzijnde winkelstraat of het hart van het centrum?
- Ligt de parkeervoorziening aan een aanrijdroute of juist verstopt?
- Wat is het parkeerregime en de uitstraling van de omgeving?
Alle gegevens worden door ons in samenhang geanalyseerd, om zodoende een link te kunnen liggen tussen gebruik, motief, bereikbaarheid, aantrekkelijkheid en kwaliteit. Deze integrale analyse is van groot belang, omdat alleen door het combineren van informatie de juiste aanknopingspunten gevonden kunnen worden bij het formuleren van oplossingen en het kunnen inschatten van effecten van toekomstige maatregelen.
Datum: 20/12/2017 –
In de bijlage “Mobiliteit” die in de week van 9 december is verschenen als bijlage bij het weekblad Elsevier zijn Peter Kroeze en Melvine Ruigrok van BVA Verkeersadviezen geïnterviewd. In het interview wordt het belang benadrukt van een duidelijke (omgevings-)visie en het bundelen van budgetten om daarmee tot werkelijke integrale en optimale oplossingen voor mobiliteitsvraagstukken te komen. Het gehele interview leest u hier.
Datum: 5/12/2017 – BVA Verkeersadviezen ontwikkelt voor de Taskforce Bereikbaarheid Zuidas een dashboard dat zowel inzicht gaat geven in de kwaliteit van de bereikbaarheid als in de effecten van de genomen maatregelen. De gegevens waarmee het dashboard wordt gevuld zijn dezelfde als die worden gebruikt door Amsterdam Bereikbaar en worden onder meer gedeeld met het bedrijfsleven via de Taskforce Bereikbaarheid Zuidas.
Onderdeel van het dashboard is een Monitoringsplan+ met daarin heldere afspraken over welke vervolgstappen worden genomen indien kwaliteitsindicatoren significant achterblijven op de gestelde doelen. Het gaat hierbij niet alleen om acties vanuit de gemeenten maar tevens vanuit het bedrijfsleven en andere actoren in het gebied zoals de projectorganisatie Zuidasdok.
Het dashboard geeft straks een accuraat beeld van het gebruik van de infrastructuur, de inzet van bedrijven om gewenste transitie naar duurzamere vervoerswijzen te bewerkstelligen en de tevredenheid van het gebruik van de verschillende vervoersmodaliteiten. De data die bijeengebracht worden in het dashboard zijn:
- Algemene kencijfers ontwikkeling Zuidas;
- Beleving van de bereikbaarheid en leefbaarheid door werknemers, bezoekers en bewoners;
- Kengetallen netwerkprestatie tot aan en in het gebied;
- Uitvoering en gebruik/effect van maatregel;
- Overzichtelijke presentatie van de gegevens;
- Flexibel in te richten en te bevragen;
- Kan functioneren als benchmark;
- ‘Live’ gegevens uit diverse bronnen.

Datum: 10/11/2017 In het stadje Goor is op een belangrijke invalsweg naar het centrum éénrichtingverkeer ingesteld. Een evaluatie van die maatregel wees uit dat het effect daarvan (zeer) positief was, maar diverse partijen binnen Goor betwistten die uitkomst.
In de zomer van 2017 hebben de Stadsraad Goor, Goor Collectief en de Gemeente Hof van Twente op aandringen van de gemeenteraad de handen constructief ineen geslagen om tot een gezamenlijk oordeel en gezamenlijke visie op het verkeer te komen. BVA Verkeersadviezen is daarbij gevraagd als onafhankelijk verkeersadviseur, samen met bureau Over Morgen, dat verantwoordelijk is voor het proces. Lees meer op de speciale website die voor deze kwestie in het leven is geroepen: www.verkeersvisiegoor.nl











